avvn

Grondsoorten

Kruimelstructuur van de bodemElke bodem bestaat in feite uit kleine deeltjes, die zijn ontstaan door verwering van de aardkorst en hier in de loop der eeuwen op een of andere manier, door de rivieren, de zee of de wind zijn afgezet.

Afhankelijk van de grootte van die deeltjes spreken we van zandgrond (grove deeltjes) kleigrond (heel fijne deeltjes) of een tussenvorm: zavelgrond. In Limburg vinden we löss aan de oppervlakte, een mengsel van fijne deeltjes zand, klei, en relatief veel kalk. Daarnaast zijn er gebieden waar we voornamelijk met veengrond te maken hebben: veen bestaat uit grote hoeveelheden afgestorven plantendelen die een dik pakket hebben gevormd. Veengrond bestaat dan ook uit een vrij groot bestanddeel humus: het vruchtbare eindproduct dat ontstaat door vertering van organische stoffen.

Met een klein beetje grond uit uw tuin kunt u al een testje doen, om iets te weten te komen over de samenstelling: neem een beetje vochtige grond in de hand en onderzoek de structuur:

  • Van kleigrond kunt u een balletje maken , zelfs een ‘worstje’ rollen: hoe dunner het worstje gemaakt kan worden, hoe vetter de klei.
  • Zandgrond voelt korrelig aan. Lichte zandgrond zal niet aan elkaar plakken. Naar mate er meer klei in het zand voorkomt zal het meer aan elkaar plakken.
  • Veengrond is zwart of heel donker, voelt sponsachtig aan en kan niet tot een balletje gerold worden.
  • Löss is fijn van structuur, maar niet kneedbaar bij bevochtiging.

Iedere grondsoort heeft, door de specifieke samenstelling, voor- en nadelen.

Zware kleigrond is - door de fijne deeltjes - vruchtbaar, maar daardoor ook zwaar te bewerken: plakkerig en zompig in natte toestand en keihard als het uitdroogt.

Zand is - omdat het grover is - goed doorlatend en warmt in het voorjaar snel op, maar vocht wordt er minder goed in vastgehouden en meststoffen spoelen sneller weg.

Zavel is een mengsel tussen zand en klei, is dus redelijk vochtvasthoudend en voedselrijk. Maar kan weer gemakkelijk verdichten.

Lössgrond is kalkrijk en dus niet geschikt voor zuurminnende planten, maar verder goede grond: goed vochtdoorlatend en vochthoudend. Veengrond is heel makkelijk te bewerken, is rijk aan organisch materiaal, maar kan ook erg uitdrogen of te nat zijn. Wel is het weer bij uitstek geschikt voor het kweken van zuurminnende planten als heide, rododendrons, enz.

Wat voor een tuingrond u ook hebt, op elke grondsoort kan uitstekend getuinierd worden, mits u rekening houdt met de speciale eigenschappen. Bovendien zijn de eigenschappen van veel gronden te verbeteren door het toevoegen van organische materiaal zoals compost en/of dierlijke mest.


« terug naar de vorige pagina

Vormgeving en realisatie: ezoffice webdesign en hosting © 2009