Sluit je aan

Thematuinen

Thematuinen kunnen opgenomen worden als onderdeel van een natuurleerpad, maar vormen ook als ze gewoon op zich zelf staan, een waardevolle educatieve waarde. In zijn algemeenheid geeft dier­vriendelijke beplanting het tuinenpark een grote attractieve én educatieve impuls, vanwege de vele dieren die daardoor aangetrokken worden en daarom te zien en te horen zijn.

Een vogeltuin kent een gevarieerd assortiment voedselplanten en beplanting om in te schuilen en nestelen. Belangrijk is de aanplant van inheemse besdragende heesters met dicht struikgewas als meidoorn, vlier en lijsterbes. Variatie in het aanbod is erg belangrijk, omdat iedere vogelsoort zijn specifieke wensen heeft. 

Door een vlindertuin of -hoek in te richten, worden vlinders aangetrokken. In een vlindertuin staan verschillende soorten nectarplanten, die van de vroege lente tot laat in de herfst bloeien en daarmee voedsel voor de vlinders leveren. Vroege bloeiers zijn bijvoorbeeld wilg, ribes en longkruid. Late bloeiers zijn herfstaster en hemelsleutel. De vlinderstruik en vinger­ hoedskruid bloeien in de zomer. Waardplanten zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van vlinders, omdat hiervan de rupsen eten. Waardplanten zijn look zonder look, klimop, vuilboom, brand­ netel en pinksterbloem.

Een vlindertuin zal ook hommels en bijen trekken, maar dat doet een bijentuin vanzelfsprekend nog meer. Hier kan ook in samenwerking met bijenhouders ter plaatse voorlichting gegeven worden.

De heemtuin kent over het algemeen verschillende milieutypen, zoals bijvoorbeeld een schrale zandbodem, een moerasgebiedje en een bosje. Hierin staan allerlei inheemse begroeiingen, die zich daar of spontaan gevestigd hebben of er geplant zijn. Een belangrijk doel van de heemtuin is het behoud van plantensoorten. Een goed idee is om een gedeelte te reserveren als plukweide. Bezoekers mogen daar vrijelijk een bloempje voor thuis meenemen. Op de plukweide bloeien narcissen, tulpen en krokussen in het voorjaar en in de zomer klaproos, margriet, kamille, judaspenning, smeer­ wortel, teunisbloem en andere toortsen. Een ander idee is om een snoephoek in te richten. Bezoekers mogen dan, vast en zeker tot veler verbazing, zomaar vruchten uit de natuur plukken en opeten. In de snoephoek staan bramen, frambozen, aardbeien, rode bessen en zwarte bessen, bosbessen en kruisbessen.

Nog andere ideeën zijn een spannend beestjesbos, waarin het accent ligt op het ontdekken van allerhande -nuttige­ insecten en het bos voor kleine zoogdieren. 

Een variant op de plukweide is de kruidentuin, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen keukenkruiden en tussen geneeskrachtige kruiden. Deze laatste groep heeft in feite alleen een voorlichtingsdoel. De geneeskrachtige kruiden kunnen beter niet geplukt worden, omdat dit een groot risico van verkeerde zelf­ medicatie voor de mensen met zich meebrengt.

De keukenkruiden kunnen bijvoorbeeld gerangschikt geplant worden per menu: soep, vlees, vis, saus etc. Zowel wilde planten als cultivars kunnen er voor in aanmerking komen. Eventueel mag in de kruidentuin niet vrijelijk geplukt worden, maar alleen door mensen die er een soort abonnement op hebben. Men betaalt bijvoorbeeld een tien per jaar en heeft dan het recht om een keer per week te komen plukken.

Natuurleerpad
Als natuur- en milieuvriendelijke elementen en voorzieningen opgenomen worden in een route over het tuinenpark, ontstaat daarmee een natuurleerpad dat een enorme recreatieve- en educatieve uitstraling heeft.

Vereiste is dat de route met enige creativiteit uitgezet wordt, zodanig dat de bezoekers zoveel mogelijk het idee hebben een wandeling of bij voorkeur een ontdekkingstocht over het tuinenpark te maken. Dit veronderstelt dat men zo min mogelijk twee maal langs dezelfde plaats wordt geleid.

Langs het natuurleerpad hoeven natuurlijk niet per definitie alleen de natuurlijke elementen aangeduid en verklaard te worden. Op ieder tuinenpark staan planten en bomen die niet in de gemiddelde voor­ en achtertuin voorkomen. Een apeboom misschien. Of een hibiscus, of een kerstroos. Maar ook 'alledaagse' bomen en planten kunnen heel goed met een informatiebordje aangeduid worden. Op zo'n bordje bij een boom staan dan bijvoorbeeld feitelijkheden beschreven als herkomst, hoogte, bloeiperiode en vruchten (en welke dieren ze eten), maar ook een beschrijving van de bladeren en de herfstkleur, zodat mensen ze wellicht op andere plaatsen ook gaan herkennen. Nogmaals, dat hoeven geen bijzondere bomen te zijn, maar juist veel voorkomende, als esdoorns, wilgen, eiken, sparren en dennen. Een natuurleerpad moet als een rode draad door het park lopen en langs de thematuinen en natuurlijke elementen en voorzieningen voeren, zoals een:

Stapelmuurtje
Een stapelmuurtje bestaat uit bijvoorbeeld afgebikte stenen, brokken puin, natuurkeien en dakpannen die los gestapeld zijn. Amfibieën als sommige bruine kikkers, padden en salamanders over­ winteren tussen het steen. Een stapel­ muurtje kan gebruikt worden als afscheiding en begroeid worden met allerlei (muur)planten die in Nederland een kwijnend bestaan lijden. Voeg wat compost aan de specie toe als u niet wilt stapelen maar metselen. Spleten en kieren in een muurtje zijn ook een ideale overwinteringsplaats voor insecten als de bedreigde solitaire bijen.

Broeihoop
De ringslang, een ongevaarlijke slang die in en bij sloten en moerassen in het westen van het land leeft, overwintert in broeihopen, die bestaan uit maaisel van de slootkant, blad, takjes, en planten­ resten.

Takkenwal
Een takkenwal, gemaakt van voornamelijk snoeihout, is een voorziening die aan een groot aantal dieren schuil- en nestelgelegenheid biedt. Denk aan kleine zoog­ dieren als wezels en egels die zich daarin voor gevaar schuil kunnen houden, maar ook aan allerlei soorten vogels, die daar rust vinden. De winterkoning broedt zelfs in takkenwallen. Een takkenwal moet gestut worden door stevige staanders aan weerszijden.

Nest- en observatiekasten
Een educatieveldje met kunstmatige nest­ gelegenheden voor allerlei dieren is een schot In de roos. Het brengt mens en het dier in de natuur nader tot elkaar. In een stil hoekje is misschien plaats voor een egelwinterkast. Andere voorbeelden zijn een "wormenhotel", een observatienest­ kastje voor wilde bijen, diverse vogel­ kastjes en een hommelobservatiekast.

Milieu
Omdat tuinenparken doorgaans niet of over slechts enkele nutsvoorzieningen beschikken zijn verenigingen en tuinders vaak vernieuwend in het gebruik van alternatieven. Denk hierbij aan het gebruik van zonnepanelen, composttoiletten, composteren van tuinafval, vegetatiedaken en hergebruik van materialen. Bij de foto's hieronder geven wij een aantal voorbeelden op tuinenparken.