Sluit je aan

Bodem & bemesting

Vragen en antwoorden

Het is het beste om pas in het voorjaar te bemesten, omdat anders de meststoffen voortijdig vrijkomen en uitspoelen naar het grondwater, wat ongunstig is voor het milieu.

Organische meststoffen doen er minimaal 3 à 4 weken over voor ze beschikbaar beginnen te komen voor de planten.

Jaarlijks, vroeg in het voorjaar, kun je een hoeveelheid van 1/2 kuub compost of dierlijke mest per 100 m² aanbrengen op de moestuin.

Gebruik je gedroogde koemest, hanteer dan een hoeveelheid van 100 liter per 100 m². Koemestkorrels zijn geconcentreerder, daar gebruik je 50 liter van.

Voor de siertuin geldt dat ongeveer de helft gebruikt kan worden van de hoeveelheid die voor de moestuin wordt aanbevolen.

Ja, dit kun je zeker gebruiken. De kwaliteit van de mest hangt af van wat de dieren te eten krijgen, net als dat dit bij koeienmest het geval is. Maar in het algemeen kan gesteld worden dat je qua hoeveelheid niet meer dan 50% dient te gebruiken van wat t.a.v. koeienmest geadviseerd wordt. Te veel gebruik van duivenmest kan leiden tot te hoge concentraties van stoffen als kalium, fosfaat en magnesium.

Kleigrond bestaat uit kleine deeltjes die gemakkelijk aan elkaar kleven. Het nadeel van frezen is dat de klei in fijne deeltjes wordt vermalen, die na een fikse regenbui onmiddellijk weer aan elkaar gaan zitten. Het frezen werkt dus averechts. Bovendien wordt door het frezen de structuur van de grond verstoord. Zie ook infosheet: Structuurverbeteraars.

Groenbemesters zijn planten die gebruikt worden om de grond te verbeteren. Ze zijn onder te verdelen in vlinderbloemigen, kruisbloemigen, grassen en overige planten. De voordelen van het toepassen van groenbemesters kunnen per soort nogal verschillen, de ene groenbemester is een goede bodembedekker, de ander levert zeer veel organisch materiaal op, weer een andere zorgt voor structuurverbetering van de grond. Het zou te ver voeren om alle voor- en nadelen van elke groenbemester hier te benoemen. Als je meer wilt weten over groenbemesters kunnen wij het ‘Handboek Ecologisch Tuinieren’ van Velt van harte aanbevelen. Dit boek bevat zeer veel nuttige informatie over alle aspecten van het natuurvriendelijke tuinieren in de moestuin.

In z’n algemeenheid geldt dat de beste zaaitijd voor groenbemesters in de moestuin april of mei is, indien u de groenbemester als hoofdteelt voor dat perceel beschouwt en juli/ augustus, indien u de groenbemester als nateelt gebruikt.

Voor kleihoudende grond kunt u een keuze maken uit de volgende groenbemesters: - Vlinderbloemigen: witte klaver (Trifolium repens), rode klaver (Trifolium pratense) of veldboon (Vicia faba). De klavers kunnen gezaaid worden tot 31 augustus, de boon tot 31 juli. - Kruisbloemigen: gele mosterd (Sinapis alba), bladrammenas (Raphanus sativus subsp. oleiferus), bladkool (Brassica napus subsp. napus), rapen (Brassica rapa). De mosterd, rammenas en rapen kunnen tot uiterlijk medio september worden gezaaid. De bladkool kan tot 15 augustus worden gezaaid. - Grassen: Italiaans raaigras (Lolium multiflorum), Westerwolfds raaigras (Lolium multiflorum var. Westerwoldicum) en Engels raaigras (Lolium perenne). Het Westerwolds raaigras kan als enige grassoort tot in september worden gezaaid, maar vroeger zaaien heeft de voorkeur. De overige grassen kunt u het beste vóór augustus zaaien. - Overige planten: Phacelia (Phacelia tanacetifolia) en bernagie (Borago officinalis). Phacelia kunt u zaaien tot begin augustus, bernagie kunt u nog tot eind augustus proberen. Er bestaan nog veel andere planten die als groenbemester kunnen worden gebruikt, maar de bovengenoemde zijn met name geschikt voor kleihoudende gronden.

Rogge is inderdaad een goede groenbemester, vooral voor zand- en zandleemgronden. Voor kleigronden is rogge minder geschikt.

Andere geschikte groenbemesters voor zandgronden zijn verschillende klavers, lupine en spurrie. Deze moeten allemaal vóór half of eind augustus worden gezaaid.

Rogge heeft als voordeel dat je deze nog laat kunt zaaien. In het najaar gezaaide rogge levert niet zo’n dichte bodembedekking op. Als onkruidverstikker is hij dus minder geschikt. Rogge zorgt wel voor veel organisch materiaal; de gewassen die in het voorjaar volgen op de rogge zullen daar wel bij varen. Het voordeligst ben je uit als je kiest voor voederrogge. Er wordt echter ook speciaal rogge geteeld voor groenbemesting. Winterrogge kun je zaaien tot ongeveer half oktober. Hoe later je zaait, hoe meer zaad je moet gebruiken om nog een behoorlijke ‘opbrengst’ te hebben. Voor winterrogge kun je uitgaan van 150 gram zaad per 10 m2 bij vroege zaaiing, tot 200 gram zaad bij late zaaiing. De rogge blijft de gehele winter op het land staan en kan in het voorjaar worden ondergespit. Het is wel wenselijk dat de rogge in het voorjaar nog flink wat kan groeien, voordat je het gewas onderspit.

Winterrogge en andere groenbemesters zijn o.a. te bestellen bij Boerengoed, Dorpsweg 6, 8274 AE in Wilsum (tel.: 038-3557556).

Witte uitslag op de grond van de kas duidt op onopgeloste zouten in de grond, mogelijk door gebruik van kunstmest. Je kunt dit verhelpen door de grond onder water te zetten, de zouten lossen daardoor weer op. Doe dit niet als het vriest. Laat het water niet overstromen, anders loopt de grond weg.

Loop in die tijd niet door de kas, want dan bederf je de structuur. Je kunt dit zo nodig enkele keren herhalen. Breng voor het nieuwe seizoen een laag organische mest over de grond aan.

Het is mogelijk om in het najaar op de schone grond een dikke mulchlaag aan te brengen van half verteerd blad, half verteerde compost en/of oud hooi. Ook stro kun je gebruiken (hoewel dit bij vertering veel stikstof verbruikt) of waterplanten, die je overhoudt bij het schoonmaken van de sloot. Het beste is om een dikke laag te gebruiken, anders groeit bij een zachte winter het onkruid erdoorheen.

Het voordeel van een mulchlaag is dat de bovenste grondlaag niet dichtslibt, er ontstaan geen plassen en je blijft het onkruid de baas. De grond onder de mulchlaag wordt lekker rul. Ook groenbemesters kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de bodemstructuur. Kies voor niet-winterharde soorten als Phacelia of gele mosterd, dan vriezen deze in de winter kapot en hoef je ze dus niet onder te spitten. Ook het telen van aardappels werkt bodemverbeterend. Zie ook infosheet: Structuurverbeteraars.

Qua bemestingswaarde maakt het niet heel veel uit of je verse koeienmest gebruikt of gedroogde koemest. Gebruik je koemestkorrels dan kunt je per 100 m² ongeveer 50 liter geven, dit komt neer op een ½ liter per 1 m². De koemestkorrels kun je in het voorjaar uitstrooien en vervolgens in de bovenlaag inharken. Gebruikt je gedroogde koemest in poedervorm dan is het advies om maximaal 100 liter per 100 m² te geven, dus 1 liter per 1 m². Echte mest heeft wel een ander voordeel boven koemestkorrels: deze draagt namelijk ook bij aan structuurverbetering van de grond. Dit voordeel bieden de korrels niet. Het nadeel van verse mest is echter weer dat je deze niet direct kunt toepassen, maar eerst moet laten verteren. Hier heb je dan wel ruimte voor nodig.

In de biologische veeteelt is het preventief gebruik van geneesmiddelen, antibiotica en hormonen verboden. In de gangbare veeteelt is dit wel toegestaan. Deze geneesmiddelen, antibiotica en hormonen zijn terug te vinden in de mest. Hoe schadelijk dit precies is voor je tuingrond en je gewassen kunnen wij niet zeggen. Dat kan liggen aan de gebruikte middelen, aan de gewassen (voor een gewas dat rauw wordt gegeten ligt dat wellicht anders dan voor een gewas dat flink wordt verhit), aan de hoeveelheid mest, aan de tijd die de mest heeft gekregen om te verteren, aan de omstandigheden waaronder de mest wordt opgebracht enz.

Als je biologisch tuiniert en niet het risico wil lopen dat deze stoffen op je tuin deel gaan uitmaken van de kringloop, dan kun je evenwel het beste kiezen voor biologische mest. De kwaliteit van koeienmest wordt overigens door meer factoren bepaald dan alleen de aanwezigheid van chemicaliën: staat de koe permanent op stal of gaat ze ook de wei in (een EKO-koe moet minstens 120 dagen per jaar in de wei kunnen grazen), wordt de koe in de stal op stro of zaagsel gehouden (en heb je dus strorijke stalmest) of staat de koe op roosters (een EKO-koe moet de beschikking hebben over een stal met stro of zaagsel). Hoe gezonder en fitter de koe, hoe beter de kwaliteit van de mest.

Vlas is ook goed. Het verteert iets minder snel, maar het kan. Voor een goede vertering kun je de paardenmest ook aan de composthoop toevoegen. Dit heeft bovendien een goede werking op de composthoop, omdat het het broeien bevordert.

Verse mest is mest die recent uit de stal is gehaald is. Deze mest bevat ammoniak en is daarom te scherp: het verbrandt de planten. Mest moet een jaar liggen, dan is het min of meer verteerd, is de scherpte eraf en kun je het prima gebruiken.

Mycorrhiza is de naam voor het samenlevingsverband tussen bepaalde schimmels en planten. Deze schimmels zijn vergroeid met de wortels van de plant (myco = schimmel en rhiza = wortel) en beide hebben voordeel van deze situatie (een symbiotische relatie).

De schimmels profiteren van bepaalde stoffen van de plant en de plant op zijn beurt vergroot door middel van de schimmeldraden het oppervlak van zijn wortelstelsel. De schimmeldraden zijn veel fijner dan wortels en dankzij deze draden kunnen voedingsstoffen en sporenelementen veel beter worden opgenomen. Ook bij droogte hebben de planten voordeel van de schimmeldraden.

Mycorrhiza zijn te koop bij Servaplant.

Schuimaarde is een afvalproduct van de suikerbietenindustrie, dat veel organische stof bevat. Het bevat echter ook veel kalk, dus moet niet lukraak toegepast worden. Te veel kalk in de bodem geeft problemen. Laat dus eerst de pH-waarde van je grond bepalen.

Hoe minder je spit in de grond hoe beter het is, aangezien spitten het bodemleven verstoort. Bij aanleg van een tuin kan het niettemin noodzakelijk zijn om wel te spitten. Een steek diep is dan doorgaans voldoende, dit is een diepte ter lengte van het spadeblad. Dieper spitten is meestal niet nodig en ook niet goed. Vruchtbare grond bevindt zich altijd in de bovenste laag. Te diep spitten zorgt ervoor dat het bodemleven vernietigd wordt.

Groentjes: infosheets