Tuinklusjes in de zomer: genieten, oogsten én je tuin gezond houden
De zomer is misschien wel de mooiste tijd op de volkstuin. Alles groeit en bloeit, de eerste grote oogsten komen binnen en er is volop leven te ontdekken. Maar terwijl je geniet van lange avonden in de tuin, blijft er genoeg te doen. Water geven, oogsten, snoeien, zaaien en vooral: zorgen dat bodem, planten en dieren de warme maanden goed doorkomen. Met deze zomerse tuinklusjes houd je jouw tuin gezond én geef je de natuur zoveel mogelijk ruimte.
Geef slim water
Tijdens warme en droge perioden is het verleidelijk om iedere dag even met de gieter of tuinslang langs de planten te gaan. Toch is vaak en weinig water geven meestal niet de beste aanpak.
Bij vaste planten kun je beter minder vaak, maar wel ruim water geven. Het vocht dringt dan dieper de bodem in, waardoor planten worden gestimuleerd om ook dieper te wortelen. Ze worden daardoor minder afhankelijk van oppervlakkig vocht.
In de moestuin ligt dat iets anders. Veel groenten zijn eenjarig en hebben een minder diep wortelstelsel. Vooral jonge planten, bladgroenten en gewassen die vruchten vormen kunnen tijdens droge perioden extra water nodig hebben.
Geef bij voorkeur vroeg in de ochtend. De bodem is dan nog koel en planten kunnen het water gedurende de dag opnemen. 's Avonds water geven kan ook, maar probeer bladeren niet langdurig nat de nacht in te laten gaan.
En vooral: geef water bij de voet van de plant. Daarmee komt het terecht waar het nodig is en gaat minder verloren door verdamping.
Vang regenwater op
Een regenton wordt steeds waardevoller. Hevige buien en langere droge perioden komen steeds vaker naast elkaar voor. Door water tijdens een regenbui op te slaan, heb je later een voorraad voor droge dagen.
Heb je ruimte, kijk dan verder dan één regenton. Ook gekoppelde regentonnen, een watervat of gezamenlijke regenwateropvang op het volkstuinpark kunnen interessante oplossingen zijn.
Bescherm de bodem tegen uitdroging
Water geven is maar één kant van het verhaal. Minstens zo belangrijk is voorkomen dat water uit de bodem verdwijnt.
Een laag mulch van bijvoorbeeld bladeren, stro, compost of gedroogd grasmaaisel houdt de bodem langer vochtig en beschermt deze tegen felle zon. Tegelijkertijd voedt organische mulch het bodemleven.
Een gezonde bodem werkt bovendien als een spons: hoe beter de structuur en hoe meer organische stof, hoe beter regenwater kan infiltreren en worden vastgehouden.
Tip: laat de bodem in de zomer zo weinig mogelijk kaal.
Houd ongewenste planten in de gaten
Warmte én af en toe een flinke regenbui: niet alleen je groenten en bloemen profiteren daarvan. Ook planten die je liever niet op een bepaalde plek hebt, groeien hard.
Verwijder ze voordat ze andere planten verdringen of massaal zaad vormen. Maar kijk ook eens met een andere blik naar wat spontaan opkomt. Niet iedere wilde plant hoeft direct weg.
Brandnetels, paardenbloemen, klaver en andere spontaan opkomende soorten kunnen bijvoorbeeld waardevol zijn voor insecten. Op plekken waar ze niet in de weg staan, kun je daarom bewust wat meer ruimte geven aan wilde natuur.
Ook in de zomer kun je nog zaaien
De zomer is niet alleen een periode van oogsten. Er kan nog volop worden gezaaid.
In de moestuin
In juli kun je bijvoorbeeld nog verschillende groenten zaaien voor een oogst later in het seizoen. Denk aan:
- sla;
- andijvie;
- paksoi;
- rode biet;
- radijs;
- bepaalde soorten spinazie.
Let bij zomerteelt van spinazie op de rassenkeuze. Sommige soorten zijn minder gevoelig voor doorschieten bij langere dagen en hogere temperaturen.
Na het vrijkomen van een groentebed kun je ook denken aan een groenbemester. Daarmee voorkom je kale grond, voed je het bodemleven en verbeter je de bodemstructuur.
Zaai nu voor bloemen volgend jaar
Ook voor tweejarige bloemen is de zomer een goed moment.
Soorten als stokroos, duizendschoon, vingerhoedskruid, judaspenning en vergeet-mij-nietje maken in het eerste jaar vooral blad. Na de winter bloeien ze vaak vroeg in het seizoen.
Daarmee zijn tweejarige planten niet alleen mooi, maar ook waardevol voor insecten die vroeg in het jaar op zoek zijn naar nectar en stuifmeel.
Laat planten na de bloei daarom ook eens zaad vormen. Wie niet alles onmiddellijk afknipt, krijgt soms vanzelf nieuwe planten cadeau.
Plant herfstbloeiers
Wie vooruit wil kijken naar het najaar kan in de zomer bepaalde herfstbloeiende knollen en bollen planten.
Herfstkrokussen zorgen bijvoorbeeld later in het jaar nog voor kleur. Ook de saffraankrokus (Crocus sativus) bloeit in het najaar. De bekende specerij saffraan wordt gewonnen uit de rode stempels van de bloem, niet uit de meeldraden.
Ook herfsttijloos (Colchicum autumnale) bloeit in het najaar en lijkt oppervlakkig op een krokus.
Let op: herfsttijloos is zeer giftig. Het is geen saffraankrokus en delen van de plant mogen absoluut niet worden gegeten. Plaats hem daarom bewust, zeker op een tuin waar ook eetbare gewassen worden geteeld.
Plukken, snoeien en knippen
Veel zomerbloeiers blijven langer bloemen produceren wanneer je uitgebloeide bloemen regelmatig verwijdert.
Bij verschillende vaste planten kan terugsnoeien zelfs een tweede bloei stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan kattenkruid, vrouwenmantel en sommige salvia's.
Maar snoei met beleid.
Uitgebloeide bloemen hebben ook waarde. Zaadhoofden vormen voedsel voor vogels en stengels kunnen later in het jaar schuilplaatsen bieden aan insecten. Je hoeft dus zeker niet alles netjes weg te knippen.
Een mooie middenweg is: snoei waar je een tweede bloei wilt stimuleren en laat elders uitgebloeide planten staan voor de natuur.
Snoei bovendien liever niet tijdens een hittegolf. Planten hebben dan al genoeg stress.
Geef klimplanten wat aandacht
Sterke klimplanten kunnen in de zomer flink groeien.
Blauwe regen kan in juli of augustus worden teruggesnoeid om lange uitlopers in toom te houden en de vorm van de plant te behouden. Ook bij ramblerrozen kan na de bloei worden uitgedund.
Bij druiven kun je lange jonge scheuten terugnemen, zodat meer licht en lucht rond de trossen komt. Verwijder niet zomaar grote hoeveelheden blad: de bladeren zijn nodig om suikers te produceren waarmee de druiven rijpen.
Tomaten en aardbeien: stuur de groei
Tomaten maken gedurende de zomer veel nieuwe scheuten. Bij stamtomaten worden de zijscheuten in de bladoksels vaak verwijderd. Dit noemen we dieven.
Later in het seizoen kan ook de groeitop worden verwijderd, zodat de plant zijn energie vooral steekt in het laten rijpen van de aanwezige vruchten.
Aardbeien maken na de oogst vaak veel uitlopers. Wil je geen nieuwe planten kweken, dan kun je een deel daarvan verwijderen. Wil je juist je aardbeienbed vernieuwen, dan zijn gezonde jonge planten aan die uitlopers uitstekend bruikbaar.
Voeden: kijk naar wat je bodem nodig heeft
Planten die lang bloeien of veel vruchten produceren, vragen veel van de bodem. Toch betekent dat niet automatisch dat iedere plant in de zomer extra mest nodig heeft.
Een gezonde bodem is het uitgangspunt.
Rijpe compost kan helpen om organische stof aan te vullen en het bodemleven te voeden. Bij gewassen met een specifieke voedingsbehoefte kan aanvullende organische bemesting zinvol zijn.
Pas op met overbemesting. Meer voeding betekent niet automatisch meer bloemen of een grotere oogst en overtollige voedingsstoffen kunnen uitspoelen.
Vlinderbloemigen zoals bonen en erwten werken bovendien samen met bacteriën in knolletjes aan hun wortels, die stikstof uit de lucht kunnen binden. Daardoor hebben zij meestal weinig extra stikstofbemesting nodig.
Composteren gaat gewoon door
Ook in de zomer produceert de tuin volop materiaal voor de composthoop.
Meng sappig, stikstofrijk materiaal zoals vers groen en grasmaaisel met droger en koolstofrijk materiaal, bijvoorbeeld fijne takjes, droog blad of ongekleurd karton.
Is de composthoop erg droog? Voeg dan wat vocht toe. Is hij erg nat en compact? Voeg luchtiger, droog materiaal toe.
Het omzetten van de composthoop kan extra zuurstof toevoegen en het proces versnellen. Maar het hoeft geen verplicht zomerklusje te zijn: ook zonder voortdurend omzetten doet het bodemleven veel van het werk.
En Bokashi?
Bokashi is geen composteerproces, maar een methode waarbij keukenresten door fermentatie worden voorbewerkt. Na de fermentatie is het materiaal nog niet hetzelfde als rijpe compost. Het moet vervolgens in de bodem of compost verder worden afgebroken.
Het kan daarmee onderdeel zijn van een kringloop op de tuin, maar gebruik het op de juiste manier.
Oogsten: de beloning van je werk
In juli en augustus komt de moestuin echt op stoom.
Afhankelijk van wat je hebt geteeld kun je onder andere oogsten:
- aardbeien;
- bessen;
- aardappelen;
- courgettes;
- sperziebonen;
- tuinbonen;
- wortelen;
- kruiden;
- sla;
- andijvie;
- zomerkolen.
Oogst regelmatig. Bij courgette, bonen en verschillende andere gewassen stimuleert dat de plant om nieuwe vruchten te blijven produceren.
Is de oogst groter dan je op kunt eten? Deel eens met andere tuinders, buren of familie. Invriezen, inmaken, fermenteren en drogen zijn andere manieren om de zomeroogst te bewaren.
Laat wortels eens zitten
Na de oogst hoeft niet iedere plant compleet uit de grond.
Bij bonen, erwten en andere vlinderbloemigen zitten wortelknolletjes waarin bacteriën stikstof binden. Door de wortels na de oogst in de bodem achter te laten, blijft ook organisch materiaal achter dat door het bodemleven wordt afgebroken.
Knip de plant dus bijvoorbeeld boven de grond af en laat de wortels rustig verteren.
Let op meeldauw
Een wit of grijzig laagje op bladeren kan wijzen op echte meeldauw. Verschillende planten kunnen er in warme, droge perioden gevoelig voor zijn.
Zorg allereerst voor gezonde groeiomstandigheden:
- voorkom langdurige droogtestress;
- geef water bij de bodem;
- zorg voor voldoende lucht rond de planten;
- verwijder ernstig aangetaste delen wanneer dat nodig is;
- houd de bodem bedekt met mulch.
Gooi sterk ziek plantenmateriaal liever niet zomaar op een composthoop die onvoldoende warm wordt.
Vergeet de dieren niet
De zomer is ook voor dieren een druk seizoen.
Vogels zijn na het broedseizoen vaak bezig met de rui en jonge vogels moeten leren zelfstandig voedsel te vinden. Een tuin met veel verschillende planten, zaden en insecten biedt van nature voedsel.
De beste manier om vogels te helpen is daarom niet per se bijvoeren, maar zorgen voor een tuin met veel leven: bloemen, struiken, bomen, insecten en zaden.
Een ondiepe schaal met schoon water is tijdens warme dagen bijzonder welkom. Ververs het regelmatig en houd de schaal schoon.
Maak een drinkplek voor insecten
Ook bijen, hommels en andere insecten hebben water nodig.
Een ondiepe schaal kan helpen. Leg er stenen, kiezels of stukken hout in die boven het water uitsteken. Zo kunnen insecten veilig landen zonder te verdrinken.
Heb je een vijver? Zorg dan voor planten, stenen of andere plekken waar insecten gemakkelijk bij het water kunnen komen en er ook weer uit kunnen.
Maai het gras wat hoger
Heb je gras op je volkstuin? Maai het tijdens warme perioden dan niet te kort.
Langer gras beschaduwt de bodem, waardoor minder vocht verdampt. Laat ook eens een gedeelte ongemaaid. Daar kunnen bloemen tot ontwikkeling komen en vinden insecten voedsel en beschutting.
Een strak gazon vraagt veel water en onderhoud. Een iets wilder grasveld biedt vaak juist meer natuur.
Vergeet planten in potten niet
Planten in potten en bakken zijn tijdens warme zomerdagen extra kwetsbaar. Hun wortels kunnen niet op zoek naar vocht buiten de pot en de aarde warmt sneller op.
Controleer ze daarom regelmatig.
Je kunt verdamping verminderen door grotere potten te gebruiken, de potgrond af te dekken met mulch en planten tijdelijk uit de volle middagzon te zetten.
En vooral: geniet
Een volkstuin is nooit af. Er is altijd wel iets te zaaien, te oogsten, te snoeien of te verzorgen.
Maar de zomer is óók het moment om af en toe niets te doen.
Ga eens zitten. Kijk welke insecten op de bloemen afkomen. Luister naar de vogels. Proef een tomaat direct van de plant en ontdek hoeveel leven er in en rondom je tuin aanwezig is.
Natuurlijk tuinieren betekent immers niet dat je de hele tijd harder moet werken. Soms helpt het juist om iets minder te doen en de natuur wat meer ruimte te geven.
Dat maakt de tuin niet alleen mooier en levendiger, maar vaak ook gezonder.



