“De Eeuwige Hittepaniek”
De moderne mens is een fascinerend wezen. Zodra het 28 graden wordt, gedraagt hij zich alsof de zon een persoonlijke wraakactie uitvoert. We spreken over “extremen” met de ernst van een staatsgreep, terwijl we zwetend achter onze dubbelglasramen zitten, omringd door ventilatoren die harder werken dan wijzelf. De zomer is niet langer een seizoen; het is een morele crisis die we met veel bombarie over onszelf afroepen.
En dan lees je de oude kronieken. In 1473 stond de Rijn zo droog dat je er een middeleeuwse picknick had kunnen organiseren. In 1022 was de hitte zo intens dat de oogst spontaan veranderde in iets wat we nu “economisch drama” zouden noemen. Maar nergens lees je dat men toen in paniek raakte. Geen talkshows, geen experts die elkaar live tegenspreken, geen collectieve hyperventilatie. Ze noteerden het, haalden hun schouders op en gingen verder. Cynisme was geen stijl; het was overlevingsstrategie.
Wij daarentegen hebben hittepaniek geprofessionaliseerd. We hebben protocollen, codes, waarschuwingen en influencers die ons uitleggen dat water drinken verstandig is. We gedragen ons alsof elke warme dag een signaal is dat de planeet ons persoonlijk zat is. Alsof de zon een functioneringsgesprek met de mensheid voert en wij op het punt staan ontslagen te worden.
Het mooiste is dat we onze paniek verwarren met betrokkenheid. Wie niet meedoet aan de collectieve verontwaardiging, wordt gezien als ongeïnteresseerd of gevaarlijk. Ondertussen zouden onze voorouders waarschijnlijk vooral denken: “Het is warm. Wat verrassend, in de zomer.” En daarna zouden ze hun verbrande veld inlopen zonder eerst een paneldiscussie te organiseren over de morele implicaties van zonlicht.
De geschiedenis laat zien dat hittegolven geen nieuw fenomeen zijn. Het enige nieuwe is onze behoefte om er een existentiële crisis van te maken. We zijn de eerste generatie die niet alleen zweet, maar ook vindt dat dat zweet maatschappelijk betekenis moet hebben. We zijn niet warm; we zijn verontwaardigd dat we warm zijn.
Misschien is dat de echte klimaatverandering: niet de temperatuur, maar onze emotionele thermostaat. Die staat permanent op “hysterisch”.
En eerlijk gezegd: als de middeleeuwers ons nu zouden zien, zouden ze niet flauwvallen van de hitte, maar van het lachen.


