De groene ruimte lijkt vrij, maar is het niet
Veel mensen denken dat iedereen in Nederland vrij kan tuinieren: een volkstuin huren, een voedselbos starten of een stadslandbouwproject beginnen. De Omgevingswet zegt zelfs dat er “ruimte is voor initiatieven”. Maar die vrijheid is vooral een idee, geen werkelijkheid.
In de praktijk is de groene ruimte sterk gereguleerd, en die regulering werkt meestal in het voordeel van grote partijen: gemeenten, projectontwikkelaars, grondbezitters en investeerders. Kleinschalige groene initiatieven moeten zich door dezelfde bureaucratische lagen heen werken als commerciële projecten.
Om te begrijpen waarom dat zo is, en wat AVVN hierin kan betekenen, moeten we kijken naar hoe het systeem werkt.
Het masker van groene vrijheid Gemeenten gebruiken mooie woorden:
- · “gezonde leefomgeving”
- · “groen dichtbij”
- · “participatie”
- · “duurzame stad”
Maar deze woorden zijn vaak branding: een positief imago dat de kloof tussen beleid en werkelijkheid moet verhullen.
Want als je kijkt naar de uitvoering:
- · volkstuinen verdwijnen voor woningbouw
- · voedselbossen krijgen tijdelijke vergunningen
- · stadslandbouw wordt gezien als “leuk, maar niet structureel”
- · vrijwilligersinitiatieven moeten voldoen aan professionele eisen
Net als in andere domeinen ontstaat een schijnvrijheid: het lijkt alsof iedereen mee kan doen, maar de echte toegang is ongelijk verdeeld.
De strijd om ruimte is al beslist
In veel gemeenten is de fysieke ruimte al geclaimd door:
- woningbouwopgaven
- infrastructuur
- commerciële grondexploitatie
- grote natuur- of klimaatprojecten
Nieuwe groene burgerinitiatieven moeten zich in een volledig bezette markt wringen. Hoe waardevol, duurzaam of sociaal ze ook zijn, ze komen nauwelijks binnen omdat de grote spelers het speelveld al bezitten.
Externalisatie: tuinders lossen de problemen op
Gemeenten en ontwikkelaars schuiven maatschappelijke problemen door naar de samenleving:
- hittestress → tuinders en volkstuinen verminderen hitte
- wateroverlast → volkstuinen vangen water op
- biodiversiteitsverlies → voedselbossen herstellen natuur
- sociale isolatie → tuinverenigingen verbinden mensen
De lasten liggen bij vrijwilligers, de baten bij grote partijen. En toch worden deze initiatieven vaak gezien als “hobby”.
Groei en macht bepalen wie het groen mag maken
Gemeenten en ontwikkelaars streven naar:
- groei
- rendement
- grondwaarde
- politieke zichtbaarheid
Groene burgerinitiatieven passen daar niet in, omdat ze:
- niet gericht zijn op winst
- niet schaalbaar zijn
- niet passen in traditionele grondexploitatiemodellen
- daarom worden ze vaak gezien als “moeilijk”, “tijdelijk” of “niet strategisch”.
Waar AVVN het verschil maakt I
In dit systeem kunnen individuele tuinders en verenigingen weinig veranderen. Maar AVVN kan dat wél. AVVN kan precies datgene betekenen wat de kleine spelers zelf niet kunnen organiseren.
1. Structurele belangenbehartiging
AVVN kan de stem zijn die gemeenten, provincies en het Rijk wél serieus nemen. AVVN kan:
- eisen dat volkstuinen en voedselbossen structurele functies krijgen in omgevingsvisies
- zorgen dat ze niet langer als “tijdelijk” worden gezien
- landelijke en regionale beleidsmakers aanspreken
- de maatschappelijke waarde van tuinen onderbouwen met cijfers en onderzoek
AVVN corrigeert zo de machtsongelijkheid in het systeem.
2. Juridische en bestuurlijke bescherming
De Omgevingswet legt de bewijslast bij de initiatiefnemer. AVVN kan die last overnemen door:
- juridische modellen en standaardteksten te leveren
- bezwaar- en zienswijze‑ondersteuning te bieden
- te zorgen dat volkstuinen niet verdwijnen zonder compensatie
- gemeenten te wijzen op wettelijke verplichtingen rond participatie
AVVN wordt zo de juridische rugdekking van de groene burgerinitiatieven.
3. Professionalisering van verenigingen
De Omgevingswet verwacht dat initiatieven:
- plannen kunnen onderbouwen
- risico’s kunnen aantonen
- participatie kunnen organiseren
AVVN kan dit vertalen naar:
- formats voor omgevingsvisie‑inbreng
- standaard projectplannen voor voedselbossen en stadslandbouw
- trainingen voor besturen
- praktische handreikingen voor participatie
Hiermee worden kleine verenigingen beleidsvolwassen.
4. Positionering van volkstuinen als essentiële infrastructuur
Zolang volkstuinen worden gezien als “leuk”, blijven ze kwetsbaar. AVVN kan ze herpositioneren als:
- klimaatadaptieve zones
- waterbergingsgebieden
- biodiversiteitsmotoren
- sociale infrastructuur
- gezondheidspreventie
Dit maakt volkstuinen onmisbaar in omgevingsvisies.
5. Collectieve onderhandelingsmacht
Individuele verenigingen hebben geen macht. AVVN kan die macht bundelen door:
- landelijke cijfers te verzamelen
- impactrapportages te maken
- één stem te vormen richting VNG, IPO, waterschappen
- afspraken te maken met gemeenten en provincies
AVVN wordt zo de landelijke gesprekspartner voor groene ruimte.
6. Kenniscentrum Omgevingswet
De Omgevingswet is complex. AVVN kan de vertaalslag maken naar de praktijk van tuinders:
- wat betekent de wet voor jouw vereniging?
- hoe kom je in de omgevingsvisie?
- hoe voorkom je dat je terrein verdwijnt?
AVVN wordt zo de wegwijzer in een bureaucratisch landschap.
Samenvattend
Er is geen vrije groene ruimte. Er is alleen een groene ruimte die zo heet. AVVN kan ervoor zorgen dat tuinders, volkstuinen, voedselbossen en stadslandbouw niet langer afhankelijk zijn van schijnvrijheid, maar echte, structurele ruimte krijgen.
AVVN werkt aan een toekomst waarin elke volkstuinvereniging een sterke, gezonde en duurzame plek is in de buurt. We zorgen dat volkstuinen een vaste plek krijgen in plannen van gemeenten, dat er minimaal 5 m2 tuinruimte per inwoner komt en dat iedereen kan tuinieren zonder gif en met respect voor natuur en bodem. We helpen (buurt)verenigingen en (individuele) tuinders met duidelijke informatie, digitale hulpmiddelen, een keurmerk, opleidingen en een servicepunt voor vragen en subsidies. Ook verbinden we (buurt)verenigingen, (individuele) tuinders, overheden, coöperaties en partners zodat lokale voedselproductie, biodiversiteit en sociale samenhang groeien.
Zo maken we samen steden en dorpen groener, gezonder en sterker.
Pancras Pouw


