Bloemstroken trekken meer nuttige insecten aan
Bloemstroken zijn niet alleen kleurrijk, maar ook waardevol voor de tuin. Onderzoek laat zien dat gevarieerde groenstroken meer bestuivers en natuurlijke vijanden van plaaginsecten aantrekken dan kort gemaaid gras. Ook volkstuinparken kunnen daarvan profiteren.
Een strook met verschillende bloemen en planten is niet alleen mooi om te zien. Nieuw onderzoek laat zien dat bloemrijke groenstroken meer bestuivers en natuurlijke vijanden van plaaginsecten aantrekken dan kort gemaaid gras. Ook op een volkstuin kunnen bloemstroken bijdragen aan biodiversiteit en een natuurlijk evenwicht.
De eerste resultaten komen uit een landelijk onderzoek van Wageningen University & Research, Universiteit Leiden en Glastuinbouw Nederland. Op twintig locaties verspreid over Nederland werden biodiversiteitsstroken van 250 vierkante meter aangelegd naast kassen. Onderzoekers vergeleken deze stroken met even grote stukken kort gemaaid gras.
Meer bestuivers en natuurlijke vijanden
Tijdens zes meetrondes onderzochten de wetenschappers welke insecten op de verschillende plekken voorkwamen. In de biodiversiteitsstroken troffen zij meer bestuivers en natuurlijke vijanden van plaaginsecten aan dan op de kort gemaaide grasvelden.
Dat is belangrijk, want bestuivers zoals wilde bijen en zweefvliegen helpen bij de voortplanting van bloemen, planten en verschillende voedselgewassen. Natuurlijke vijanden, waaronder lieveheersbeestjes, gaasvliegen en sluipwespen, eten of parasiteren insecten die schade aan planten kunnen veroorzaken.
Een bloemstrook is daarmee niet alleen een voedselbron, maar ook een leefgebied voor nuttige insecten die helpen het natuurlijke evenwicht te bewaren.
Meer bloemen betekent niet automatisch meer plagen
Een veelgehoorde zorg is dat bloemrijke randen naast nuttige insecten ook meer plaaginsecten aantrekken. De eerste resultaten van het onderzoek geven daarvoor geen duidelijke aanwijzing. De onderzoekers zagen juist dat de biodiversiteitsstroken natuurlijke vijanden ondersteunen.
Ook onderzochten zij de mogelijke aanwezigheid van het tomatenbronsvlekkenvirus. Op basis van de eerste meetresultaten kon dit virus niet rechtstreeks aan de biodiversiteitsstroken worden gekoppeld. Het onderzoek loopt in 2026 door om de relaties tussen planten, plaaginsecten en natuurlijke vijanden verder in kaart te brengen.
De resultaten zijn afkomstig uit de omgeving van glastuinbouwbedrijven. Ze zijn daarom niet zonder meer één op één van toepassing op volkstuinen. Het onderzoek ondersteunt wel het bredere principe dat gevarieerde beplanting meer ruimte biedt aan bestuivers en natuurlijke plaagbestrijders dan een kort gemaaid grasveld.
Ook kansen voor volkstuinparken
Op een volkstuinpark zijn vaak verschillende plekken waar een bloemstrook kan worden aangelegd. Denk aan:
- randen langs paden en parkeerplaatsen;
- stroken langs sloten of hagen;
- hoeken die weinig worden gebruikt;
- delen van een gezamenlijk grasveld;
- randen rond een verenigingsgebouw;
- stukken grond tussen verschillende functies op het park.
Niet ieder grasveld hoeft volledig te verdwijnen. Ook door een deel minder vaak te maaien of gefaseerd te beheren, kan meer variatie ontstaan. Laat bijvoorbeeld telkens een ander gedeelte staan, zodat insecten gedurende het seizoen voedsel en beschutting houden.
Kies voor variatie en een lang bloeiseizoen
Een goede bloemstrook bestaat bij voorkeur uit verschillende plantensoorten die verspreid over het jaar bloeien. Zo is er vanaf het vroege voorjaar tot in het najaar voedsel beschikbaar.
Gebruik waar mogelijk inheemse soorten die passen bij de bodem en de omstandigheden op het park. Veel Nederlandse insecten zijn afhankelijk van planten waarmee zij van nature samen voorkomen.
Geschikte planten kunnen onder meer zijn:
- gewone margriet;
- knoopkruid;
- wilde marjolein;
- rode klaver;
- rolklaver;
- slangenkruid;
- beemdkroon;
- duizendblad;
- wilde peen;
- verschillende soorten klokjes.
Welke soorten geschikt zijn, hangt af van de grondsoort, hoeveelheid zon en vochtigheid. Een zaadmengsel voor droge zandgrond is niet automatisch geschikt voor een vochtige kleibodem. Kies daarom liever een passend mengsel dan een algemeen zakje met opvallende bloemen.
Vergeet nest- en schuilplaatsen niet
Bloemen leveren voedsel, maar nuttige insecten hebben meer nodig. Wilde bijen zoeken bijvoorbeeld open zandige plekjes, holle stengels of gaatjes in hout om te nestelen. Andere insecten overwinteren tussen bladeren, onder takken of in uitgebloeide plantenstengels.
Maai een bloemstrook daarom niet volledig aan het einde van het seizoen. Laat een gedeelte in de winter staan en ruim niet alle plantenresten op. Door jaarlijks verschillende delen te maaien, blijven er altijd voedsel-, nest- en overwinteringsplekken beschikbaar.
Voer het maaisel na enkele dagen af. Hierdoor verschraalt de bodem geleidelijk en krijgen bloeiende kruiden vaak meer kans ten opzichte van snelgroeiende grassen.
Een bloemstrook als gezamenlijk project
Een bloemstrook kan ook een mooi verenigingsproject zijn. Tuinders kunnen samen een geschikte plek kiezen, de uitgangssituatie bekijken en bepalen welke planten daarbij passen. Leg vervolgens vast hoe en wanneer de strook wordt gemaaid en wie verantwoordelijk is voor het beheer.
Door gedurende het jaar waarnemingen bij te houden, wordt zichtbaar welke bijen, vlinders, zweefvliegen en andere insecten de strook bezoeken. Zo wordt de bloemstrook niet alleen een kleurrijke aanvulling op het volkstuinpark, maar ook een plek waar tuinders samen leren over biodiversiteit.
Met meer variatie in planten, bloeitijden en beheer ontstaat ruimte voor nuttige insecten. Die helpen bij de bestuiving van gewassen en dragen bij aan natuurlijke plaagbeheersing. Zo werkt een bloemstrook mee aan een gezond en veerkrachtig volkstuinpark.
Lees meer over het onderzoek bij Wageningen University & Research.



