Nieuwsbericht

AVVN en CropMix: samen onderzoeken welke gewassen goed samengaan

Kunnen planten elkaar helpen om beter te groeien? En welke gewascombinaties dragen bij aan een gezonde bodem, meer biodiversiteit en natuurlijke bescherming tegen plagen? In MoestuinMix onderzoeken wetenschappers en moestuinders dit samen in de praktijk. AVVN brengt daarbij de kennis, ervaring en tuinen van volkstuinders in.

24 september 2026 | 4 minuten lezen

Van monocultuur naar meer gewasdiversiteit

Op veel landbouwpercelen wordt één gewas geteeld. Zo’n monocultuur maakt een efficiënte voedselproductie mogelijk, maar daardoor kan het ook kwetsbaar zijn voor ziekten en plagen. Bovendien biedt een veld met één gewas relatief weinig ruimte aan biodiversiteit.

In een divers teeltsysteem groeien verschillende gewassen naast of door elkaar. Ze kunnen met elkaar concurreren om licht, water en voedingsstoffen, maar elkaar ook versterken. Sommige planten trekken insecten aan die plagen helpen onderdrukken. Andere planten beïnvloeden het bodemleven of maken voedingsstoffen beschikbaar.

Het gaat daarbij niet om één afzonderlijk effect, maar om het samenspel tussen planten, bodem en insecten. Meer kennis over die wisselwerking kan bijdragen aan landbouw die beter gebruikmaakt van natuurlijke processen en minder afhankelijk is van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Wat is CropMix?

CropMix is een vijfjarig onderzoeksprogramma naar gewasdiversiteit en agro-ecologische landbouw. Meer dan 70 wetenschappers, 25 akkerbouwers en ruim 30 ketenpartners en belangenorganisaties werken hierin samen.

Een van de onderzochte teeltvormen is strokenteelt. Daarbij groeien verschillende gewassen in stroken naast elkaar. Onderzoekers kijken naar de gevolgen voor onder andere plantengroei, bodem, biodiversiteit, ziekten en plagen.

CropMix onderzoekt ook welke praktische, economische en organisatorische veranderingen nodig zijn om gewasdiverse teelt breder toe te passen. Alleen kennis verzamelen is namelijk niet voldoende. Nieuwe teeltmethoden moeten ook uitvoerbaar en aantrekkelijk zijn voor agrariërs en andere partijen in de voedselketen.

MoestuinMix: iedere tuin een klein proefveld

Een belangrijke vraag binnen CropMix is welke gewassen goed samengaan. Het aantal mogelijke combinaties is zo groot dat onderzoekers deze onmogelijk allemaal op universitaire proefvelden kunnen testen.

Moestuinen bieden daarvoor een unieke mogelijkheid. Groenten, kruiden en bloemen groeien er meestal op een relatief klein oppervlak naast en door elkaar. Bovendien verschillen moestuinen van elkaar in bodemsoort, ligging, inrichting en lokale omstandigheden.

Daarom ontwikkelden Wageningen University & Research en AVVN samen MoestuinMix. Dit is een burgerwetenschapsproject waarin ervaren én beginnende moestuinders in hun eigen tuin hetzelfde experiment uitvoeren.

Door de resultaten uit veel verschillende tuinen samen te brengen, ontstaat een hoeveelheid praktijkgegevens die op één proefveld nooit verzameld kan worden. Zo helpen moestuinders onderzoekers om patronen te herkennen die anders mogelijk verborgen zouden blijven.

Hoe werkt het onderzoek?

In het derde onderzoeksseizoen (2026) van MoestuinMix testen deelnemers twee combinaties:

  • tuinboon naast rode biet;
  • tuinboon naast een zelfgekozen gewas.

De tuinboon is interessant omdat deze plant met behulp van bacteriën bij de wortels stikstof uit de lucht kan binden. Daarbij ontstaan kleine wortelknolletjes. Rode biet is een veel geteeld moestuingewas en dient binnen het onderzoek als vaste vergelijking.

Tijdens het groeiseizoen houden deelnemers bij:

  • wanneer de tuinbonen bloeien;
  • hoe groot de planten worden;
  • hoeveel tuinbonen ze oogsten.

Wie uitgebreider wil waarnemen, kan ook informatie doorgeven over bestuivers, bladluizen en natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes.

Wetenschappelijke voorkennis is niet nodig. De kracht van het onderzoek zit juist in het grote aantal deelnemers dat dezelfde werkwijze zorgvuldig uitvoert en de waarnemingen deelt.

De eerste resultaten

De eerste onderzoeksseizoenen laten zien dat de werking van gewascombinaties niet eenvoudig te voorspellen is. In 2025 gaven tuinbonen naast prei bijvoorbeeld een hogere opbrengst dan tuinbonen naast rode biet. Combinaties met onder andere wortel, aardappel en courgette scoorden juist minder goed.

Gewassen die in 2024 nog gunstig leken, presteerden een jaar later soms anders. Dat betekent niet dat het onderzoek mislukt. De verschillen maken juist zichtbaar hoeveel invloed het weer, de bodem en de wisselwerking tussen planten hebben.

Er bestaat dus waarschijnlijk niet één ideale combinatie die altijd en overal het beste werkt. Meerjarige waarnemingen uit veel verschillende tuinen zijn nodig om te ontdekken onder welke omstandigheden planten elkaar versterken.

Waarom AVVN meedoet

AVVN komt sinds 1928 op voor de belangen van volkstuinders. Daarnaast ondersteunt AVVN tuinders, verenigingen en groene initiatiefnemers bij het natuurlijk en toekomstbestendig beheren van hun tuin of tuinpark.

Daarbij is onder andere aandacht voor:

  • een gezonde bodem en het gebruik van compost;
  • biodiversiteit en ruimte voor planten en dieren;
  • tuinieren zonder chemische bestrijdingsmiddelen;
  • natuurlijke en duurzame bemesting;
  • gevarieerde soorten- en plantenkeuze;
  • insectvriendelijk tuinieren;
  • natuurlijke kringlopen;
  • onderhoud dat aansluit bij de seizoenen.

MoestuinMix past goed bij deze uitgangspunten. Het onderzoek helpt tuinders om niet alleen vanuit ervaring, maar ook op basis van gezamenlijk verzamelde gegevens te ontdekken wat gewasdiversiteit kan opleveren.

AVVN verbindt het onderzoek met de praktijk van volkstuinders. Wageningen University & Research verzorgt de wetenschappelijke opzet, begeleiding en verwerking van de resultaten. Zo versterken praktijkkennis en wetenschappelijk onderzoek elkaar.

De waarde van volkstuinen

MoestuinMix laat zien dat volkstuinen veel meer zijn dan plekken waar groenten, fruit en bloemen worden geteeld. Het zijn ook groene praktijkplaatsen waar mensen observeren, experimenteren en kennis uitwisselen.

Iedere deelnemer levert vanuit de eigen tuin een kleine bijdrage. Samen vormen al die waarnemingen een waardevolle bron van informatie over plantengroei, bodem, insecten en natuurlijke weerbaarheid.

Daarmee dragen moestuinders bij aan grotere vraagstukken rond biodiversiteit, bodemgezondheid en duurzame voedselproductie. Wat in de moestuin wordt geleerd, kan uiteindelijk ook inzichten opleveren voor de landbouw.

Samen zaaien, waarnemen en leren

De samenwerking tussen AVVN en CropMix brengt wetenschap en tuinpraktijk bij elkaar. MoestuinMix maakt moestuinders actief onderdeel van het onderzoek: niet alleen als ontvangers van kennis, maar als deelnemers die zelf nieuwe kennis helpen ontwikkelen.

Meer weten over het onderzoek en de resultaten?
Bekijk de website van MoestuinMix, lees het artikel Doe mee aan MoestuinMix: test gewascombinaties in je eigen moestuin of lees longread CropMix: motor voor transitie naar een agro-ecologische akkerbouw.