Bodemdieren: de onzichtbare helpers van jouw tuin
Onder iedere gezonde tuin bevindt zich een wereld vol leven. Regenwormen, pissebedden, springstaarten, duizendpoten, mijten en kevers werken daar dag en nacht aan een vruchtbare bodem. Ze ruimen plantenresten op, maken voedingsstoffen beschikbaar en zorgen ervoor dat water en lucht beter in de grond kunnen doordringen.
Je ziet ze misschien niet altijd, maar zonder bodemdieren kan een tuin niet goed functioneren.
Wat zijn bodemdieren?
Bodemdieren zijn dieren die op, in of vlak boven de bodem leven. Sommige zijn met het blote oog zichtbaar, zoals regenwormen, slakken en pissebedden. Andere zijn zo klein dat je een vergrootglas nodig hebt om ze goed te bekijken.
Veelvoorkomende bodemdieren zijn:
- regenwormen;
- pissebedden;
- miljoenpoten en duizendpoten;
- springstaarten;
- mijten;
- kevers en keverlarven;
- mieren;
- spinnen;
- slakken;
- hooiwagens.
Samen vormen ze een belangrijk onderdeel van het bodemvoedselweb. Ze eten plantenresten, schimmels, bacteriën of andere kleine dieren en worden zelf weer gegeten door bijvoorbeeld vogels, egels, kikkers en padden.
De opruimploeg van de tuin
Afgevallen bladeren, afgestorven planten en ander organisch materiaal verdwijnen niet vanzelf. Bodemdieren knippen en versnipperen deze resten in steeds kleinere stukjes. Schimmels en bacteriën kunnen het materiaal vervolgens verder afbreken.
Tijdens dit proces komen voedingsstoffen vrij die planten opnieuw kunnen opnemen. Bodemdieren helpen daarmee de natuurlijke kringloop in de tuin in stand te houden.
Een pissebed eet bijvoorbeeld vooral dood plantaardig materiaal. De uitwerpselen worden verder verwerkt door kleinere bodemorganismen. Wat in eerste instantie afval lijkt, wordt zo uiteindelijk voedsel voor nieuwe planten.
Regenwormen verbeteren de bodem
De regenworm is misschien wel de bekendste bodembewoner. Terwijl regenwormen zich door de grond bewegen, maken ze gangen. Deze gangen zorgen ervoor dat lucht, regenwater en plantenwortels dieper in de bodem kunnen komen.
Regenwormen trekken bovendien organisch materiaal de grond in. Daar wordt het verteerd en vermengd met bodemdeeltjes. Hun uitwerpselen bevatten voedingsstoffen en dragen bij aan een kruimelige bodemstructuur.
Veel regenwormen in de tuin zijn daarom meestal een gunstig teken. Het wijst op een bodem met voldoende voedsel, vocht en organische stof.
Niet ieder bodemdier is een plaag
Sommige tuinders reageren bezorgd wanneer ze veel kleine dieren tussen de planten zien. Toch veroorzaakt maar een klein deel daarvan schade.
Duizendpoten zijn bijvoorbeeld jagers. Ze eten onder meer kleine insecten, larven en andere bodemdieren. Spinnen en loopkevers helpen eveneens om populaties van mogelijke plaagdieren te beperken.
Miljoenpoten en pissebedden eten vooral dood materiaal. Bij gebrek daaraan kunnen ze soms aan jonge, zachte planten knabbelen, maar hun belangrijkste functie is het opruimen en verwerken van plantenresten.
Ook mieren hebben meerdere rollen. Ze verplaatsen grond, verspreiden zaden en zijn voedsel voor andere dieren. Een grote kolonie kan plaatselijk lastig zijn, maar mieren zijn niet automatisch schadelijk.
Kijk daarom eerst goed welk dier je ziet en wat het doet voordat je ingrijpt.
Zo help je bodemdieren
Een levende bodem ontstaat niet door bodemdieren uit te zetten. Het is belangrijker om omstandigheden te creëren waarin ze voedsel, vocht en beschutting vinden.
Laat organisch materiaal liggen
Afgevallen bladeren, plantenresten en kleine takjes vormen voedsel en schuilplaatsen. Laat in rustige hoeken gerust een laag bladeren liggen. Zieke planten en hardnekkig onkruid dat veel zaden bevat, kun je beter verwijderen.
Gebruik compost
Compost voedt het bodemleven en verhoogt het gehalte aan organische stof. Breng bij voorkeur regelmatig een dunne laag rijpe compost aan, in plaats van de bodem incidenteel zwaar te bemesten.
Houd de bodem bedekt
Kale grond droogt snel uit en is kwetsbaar voor hitte en harde regen. Bedek de bodem met bladeren, stro, grasmaaisel, houtsnippers of ander geschikt mulchmateriaal. Zo blijft de grond vochtiger en vinden bodemdieren beschutting.
Spit zo weinig mogelijk
Diep spitten verstoort bodemlagen, gangen en schimmelnetwerken. Veel bodemdieren leven juist op een bepaalde diepte. Maak de grond alleen los wanneer dat nodig is en gebruik bijvoorbeeld een woelvork om de bodem te beluchten zonder alles om te keren.
Vermijd chemische bestrijdingsmiddelen
Bestrijdingsmiddelen raken vaak meer organismen dan alleen het dier waarvoor ze worden gebruikt. Dat kan het natuurlijke evenwicht verstoren. Een gevarieerde tuin met sterke planten en voldoende schuilplaatsen voor natuurlijke vijanden biedt een duurzamere bescherming.
Zorg voor verschillende leefplekken
Een tuin met bloemen, struiken, bodembedekkers, een composthoop, dood hout en een kleine waterplek biedt ruimte aan veel verschillende soorten. Variatie boven de grond zorgt meestal ook voor meer leven eronder.
Hoe weet je of jouw bodem gezond is?
Je kunt het bodemleven eenvoudig onderzoeken. Leg bijvoorbeeld een tegel, plank of stuk karton op een rustige, vochtige plek. Kijk na enkele dagen welke dieren zich eronder hebben verzameld.
Je kunt ook een klein stukje grond onderzoeken. Graaf voorzichtig een blok aarde uit en tel hoeveel regenwormen en andere dieren je tegenkomt. Vergelijk verschillende plekken, zoals een kaal teeltvak, een gemulchte bodem en de composthoop.
Hoe groter de variatie aan bodemdieren, hoe beter de bodem doorgaans in staat is om plantenresten te verwerken en het natuurlijke evenwicht te bewaren. Het aantal dieren verschilt wel per bodemtype, seizoen en weersomstandigheid. Een droge zandgrond bevat van nature ander bodemleven dan een vochtige kleibodem.
Een gezonde tuin begint onder je voeten
Wie alleen naar de planten kijkt, ziet slechts de helft van de tuin. Onder het oppervlak bevindt zich een compleet ecosysteem dat planten voedt, water vasthoudt en organisch materiaal verwerkt.
Geef bodemdieren daarom voedsel, rust, vocht en beschutting. In ruil daarvoor houden zij de bodem luchtig, vruchtbaar en veerkrachtig. Zo worden deze kleine, vaak onzichtbare tuinhulpen de basis van een natuurlijk gezonde tuin.


