Slootonderhoud: ruimte voor doorstroming én natuur
Sloten op en rond volkstuinparken vervullen meerdere functies. Ze voeren water af, houden water vast en vormen een leefgebied voor planten en dieren. Goed onderhoud vraagt daarom om maatwerk: voldoende ruimte voor de doorstroming, zonder meer begroeiing te verwijderen dan noodzakelijk is.
Doorstroming en natuur hoeven elkaar niet uit te sluiten
Sloten helpen wateroverlast voorkomen, ondersteunen het grondwaterbeheer en zijn belangrijk tijdens droge perioden. Tegelijkertijd leven in en rond het water talloze planten, insecten, vissen, amfibieën en vogels.
Een sloot moet daarom goed kunnen functioneren, maar hoeft daarvoor meestal niet volledig kaal te worden gemaakt. De algemene lijn bij Nederlandse waterschappen is dat waterveiligheid, waterkwaliteit en ecologie gezamenlijk moeten worden afgewogen.
De landelijke Gedragscode bestendig beheer en onderhoud bevat regels en handvatten voor werkzaamheden zoals het maaien van oevers, het schonen en baggeren van watergangen en het onderhouden van duikers, stuwen en gemalen. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met flora en fauna.
Er bestaat geen landelijke 10%-regel
Soms wordt gesteld dat bij slootonderhoud altijd 10% van de waterplanten moet blijven staan. Zo’n algemene landelijke regel bestaat niet.
De onderhoudseisen zijn afhankelijk van onder meer:
- de breedte en diepte van de watergang;
- de hoeveelheid en het type begroeiing;
- de functie voor wateraanvoer en -afvoer;
- de ligging van duikers, stuwen en gemalen;
- de kans op wateroverlast;
- de aanwezigheid van beschermde planten en dieren;
- de plaatselijke regels van het waterschap.
Bij smalle sloten kan een waterschap adviseren om een bepaald deel van de begroeiing te laten staan. Bij bredere watergangen kan worden gekozen voor een vrije strook in het midden of voor gefaseerd onderhoud langs één oever. Watergangen die essentieel zijn voor de aan- of afvoer van water kunnen intensiever onderhoud nodig hebben.
Via Mijn waterschap kan iedere vereniging op basis van postcode en huisnummer het verantwoordelijke waterschap vinden.
Waarom waterplanten belangrijk zijn
Te veel waterplanten kunnen de doorstroming beperken en het waterpeil plaatselijk verhogen. Maar waterplanten zijn niet uitsluitend een obstakel. Ze:
- bieden voedsel en beschutting aan waterdieren;
- vormen voortplantingsplaatsen voor vissen en insecten;
- produceren zuurstof;
- nemen voedingsstoffen uit het water op;
- helpen de groei van algen te beperken;
- houden slib en grond vast;
- beschermen oevers tegen afkalving.
Rijkswaterstaat benadrukt dat waterplanten bijdragen aan helder en schoon water en onmisbaar zijn voor een gezond watersysteem.
Ook volledig maaien is niet altijd de beste oplossing. Volgens kenniscentrum STOWA kan intensief maaien leiden tot verlies van leefgebied, opwerveling van slib en verstoring van de zuurstofhuishouding. Snelgroeiende soorten kunnen na het maaien bovendien versneld terugkeren.
Houd knelpunten altijd vrij
De belangrijkste voorwaarde is dat water voldoende kan blijven doorstromen. Controleer daarom regelmatig:
- duikers en verbindingsbuizen;
- bruggen en smalle doorgangen;
- stuwen, inlaten en gemalen;
- scherpe bochten;
- plekken waar drijfvuil zich verzamelt;
- delen van de sloot die snel dichtgroeien.
Verwijder op deze plaatsen waterplanten, takken, bladeren en afval wanneer deze de waterstroom daadwerkelijk belemmeren.
Voer maaisel en plantenresten af. Laat deze niet in of direct aan de waterkant liggen. Afstervend materiaal kan terugspoelen, een duiker verstoppen en extra voedingsstoffen aan het water toevoegen.
Kies waar mogelijk voor gefaseerd onderhoud
Als voldoende ruimte voor de waterafvoer overblijft, kan vaak een deel van de begroeiing blijven staan. Mogelijke manieren van gefaseerd onderhoud zijn:
- niet de hele sloot tegelijkertijd maaien;
- een vrije strook voor de waterstroom maken;
- afwisselend de ene en de andere oever onderhouden;
- kleine stukken vegetatie tijdelijk overslaan;
- het onderhoud over meerdere momenten verdelen;
- waardevolle oeverbegroeiing behouden.
Hierdoor blijft altijd leefgebied beschikbaar en kunnen waterdieren tijdens de werkzaamheden uitwijken.
Welke aanpak mogelijk is, hangt af van de watergang en de voorschriften van het eigen waterschap. Een bepaalde methode mag daarom niet zonder meer op iedere sloot worden toegepast.
Overhangende takken: alleen snoeien waar nodig
Overhangende takken hoeven niet automatisch allemaal te worden verwijderd. Ze bieden schaduw, beschutting en leefruimte aan insecten en vogels.
Snoeien is wel nodig als takken:
- in het water hangen en de doorstroming beperken;
- duikers, bruggen of doorgangen blokkeren;
- inspectie en onderhoud bemoeilijken;
- de oever of beschoeiing beschadigen;
- kunnen afbreken en een verstopping veroorzaken;
- een veiligheidsrisico vormen.
Controleer voor het snoeien of vogels in de bomen of struiken broeden. Actieve nesten mogen niet worden beschadigd of verwijderd. Houd ook rekening met andere beschermde soorten.
Oeverbegroeiing helpt tegen afkalving
Ook oeverbegroeiing heeft een functie. De wortels van grassen, kruiden en andere oeverplanten houden de grond vast. Daarmee helpen ze afkalving van de oever voorkomen.
Verwijder vooral begroeiing die:
- een beschoeiing of oeverconstructie beschadigt;
- de toegang voor inspectie blokkeert;
- ver de watergang in groeit;
- de doorstroming merkbaar beperkt;
- noodzakelijk onderhoud onmogelijk maakt.
Kruidachtige begroeiing die de doorstroming, inspectie of beschoeiing niet belemmert, kan vaak gedeeltelijk blijven staan.
Wie is verantwoordelijk voor het onderhoud?
Dat een sloot langs of door een volkstuinpark loopt, betekent niet automatisch dat de vereniging al het onderhoud moet uitvoeren. De verantwoordelijkheid kan liggen bij:
- het waterschap;
- de gemeente;
- de eigenaar van de grond;
- eigenaren of gebruikers langs beide zijden;
- de volkstuinvereniging;
- een andere terreinbeheerder.
De onderhoudsverantwoordelijkheid kan blijken uit de legger en regels van het waterschap, maar ook uit een vergunning, huurcontract, gebruiksovereenkomst of andere afspraak.
Vraag daarom bij het waterschap:
- Wie verantwoordelijk is voor het onderhoud?
- Welke eisen voor deze watergang gelden?
- Welke breedte en diepte vrij moeten blijven?
- Wie de oevers, beschoeiing en duikers onderhoudt?
- Of er bijzondere natuurwaarden of beschermde soorten aanwezig zijn?
Neem bij onduidelijkheid contact op met het waterschap voordat de werkzaamheden beginnen.
Maak een onderhoudsplan
Het is verstandig om slootonderhoud niet uitsluitend te baseren op een jaarlijkse oproep om alles “schoon te maken”. Stel als vereniging een onderhoudsplan op waarin staat:
- welke sloten en oevers onder de verantwoordelijkheid van de vereniging vallen;
- waar een vrije stromingsroute nodig is;
- welke begroeiing kan blijven staan;
- welke plekken gevoelig zijn voor verstopping;
- wanneer en hoe wordt gemaaid;
- hoe rekening wordt gehouden met planten en dieren;
- wie het maaisel en snoeiafval afvoert.
De Praatwijzer beheer en onderhoud van watergangen van STOWA kan helpen bij het gesprek over de functies, doelen en onderhoudsmogelijkheden van een watergang.
Verwijder niet meer dan nodig
Goed slootonderhoud betekent niet dat iedere watergang volledig kaal moet zijn. Het doel is dat water voldoende kan worden aan- en afgevoerd, terwijl waar mogelijk ruimte blijft voor planten en dieren.
Door duikers en andere knelpunten vrij te houden, gefaseerd te maaien en oevervegetatie te behouden waar dat verantwoord is, profiteren zowel het waterbeheer als de biodiversiteit. De plaatselijke regels en onderhoudseisen van het eigen waterschap blijven daarbij altijd leidend.



