Slootonderhoud: moet alle begroeiing worden verwijderd?
Goed slootonderhoud voorkomt wateroverlast, maar daarvoor hoeft een sloot niet altijd volledig kaal te worden gemaakt. Hoe zorgt u als vereniging voor voldoende doorstroming én behoud van natuur?
Moeten alle waterplanten, oeverbegroeiing en overhangende takken uit een sloot worden verwijderd om het water goed te laten doorstromen? Nee, meestal niet. De algemene lijn van de Nederlandse waterschappen is dat goed waterbeheer en ruimte voor natuur prima kunnen samengaan.
Sloten op en rond volkstuinparken zijn belangrijk voor de aan- en afvoer van water. Tegelijkertijd vormen ze een waardevol leefgebied voor insecten, vissen, amfibieën, vogels en planten. Volledig kaal maken is niet altijd nodig en kan zelfs nadelig zijn voor de waterkwaliteit en biodiversiteit.
Het belangrijkste is dat water voldoende kan blijven doorstromen. Vooral duikers, bruggen, smalle doorgangen en andere knelpunten moeten vrij blijven. Op andere plekken kan vaak een deel van de water- en oevervegetatie behouden blijven. Gefaseerd maaien heeft daarbij de voorkeur.
Er bestaat geen landelijke regel dat altijd een vast percentage van de waterplanten moet blijven staan. De eisen verschillen per waterschap en per watergang. Ook de verantwoordelijkheid voor het onderhoud kan liggen bij het waterschap, de gemeente, de grondeigenaar, de vereniging of een andere partij.
AVVN heeft de algemene richtlijnen en aandachtspunten op een rij gezet. Lees in het uitgebreide artikel hoe verenigingen de doorstroming kunnen waarborgen en tegelijkertijd rekening kunnen houden met waterkwaliteit en natuur.
Lees verder: Slootonderhoud: ruimte voor doorstroming én natuur


